
Waarom je labglas steeds barst (en hoe je het kunt voorkomen)
Er is niets frustrerender dan urenlang bezig te zijn met het maken van labglas, alleen om het vervolgens tijdens het afkoelen kapot te zien gaan. Het is vreselijk. Meestal komt het neer op één ding: interne spanningen.
Wanneer de temperatuur niet gelijkmatig is, wordt het glas onder druk gezet. Deze spanning bouwt zich op tot het punt dat het glas uiteenbarst in scherven. Om dit te voorkomen, gebruiken we hoogprecieze infrarode elementen. We houden de temperatuur binnen een tolerantiebereik van maar 0,1°C, zodat het materiaal op de juiste plek blijft tijdens het afkoelen.
De kracht van 0,1°C
Als je werkt met borosilicaat of kwarts, moet je zeer nauwkeurig te werk gaan. De grens tussen ‘perfect afgekoeld’ en ‘volledig verwoest’ is ontzettend klein.
Als de temperatuur ook maar een paar graden verschilt, ontstaan er warmteplekken. Dat is een ramp. We stellen onze infrarode componenten in op een precisie van 0,1°C, zodat de warmte gelijkmatig over het hele object wordt verdeeld. Hierdoor koelt de buitenlaag niet sneller af dan de kern, waardoor er geen scheuren kunnen ontstaan.
Goedkope controllers proberen vaak de juiste temperatuur te vinden door heen en weer te schakelen. Wij doen dat niet. We combineren stabiele infrarode emitters met snelle PID-regelingen, zodat de warmte op één plek blijft.
Afstand is belangrijk
De plek waar je het infrarode element plaatst, is cruciaal. Te dichtbij? Dan wordt één plek te heet en wordt het glas beschadigd. Te ver weg? Dan neemt de energiedichtheid af, waardoor het proces veel langer duurt. Het gaat om een balans tussen de hoeveelheid vermogen die de lamp afgeeft en de afstand tot het glas. Je wilt de oppervlakte niet ‘verbranden’.
We raden meestal aan om een gemeten afstand aan te houden, afhankelijk van de dikte van het glas. Dit zorgt er namelijk voor dat de infraroodgolven echt in het materiaal doordringen, in plaats van alleen over het oppervlak te gaan.
Vermogen versus stabiliteit
Het probleem is dat je, als je die 0,1°C-stabiliteit wilt bereiken, niet zomaar het maximale vermogen kunt gebruiken. Je hebt een geleidelijk verhittingproces nodig. Als je te veel vermogen gebruikt, zal het glas al eerder barsten, nog voordat het afkoelingsproces begint.
Je stroomvoorziening moet in staat zijn om deze fijne afstemmingen zonder problemen uit te voeren. Het vereist wat meer geduld tijdens het opwarmen, maar het is veel beter dan alles opnieuw te moeten beginnen.